Woensdag Programma woensdag 26 augustus 2026 Jarig :  x Tijden taak benodigdheden leiding 7:00 aanwezig opstarten / dag doorspreken 8:00 aanwezig vips decor opbouwen / spellen klaarzetten / waterballonnen vullen 9:45 kinderen tellen / inloopkwartier 10:00 sketch 1 10:15 Levend stratego (in het bos) groep 1: 1 t/m 4 groep 2: 5 t/m 7 groep 3: 8 t/m 11 groep 4: 12 t/m 15 4 soorten kaartjes (allemaal andere kleur) elk in een bakje 4 schatten (theedoeken?) 4 kleuren lintjes om teams zichtbaar te maken kleed/stoelen o.i.d. voor EHBO’ers EHBO-spullen 2 personen op de fiets 12:00 Lunch (brood) 12:45 Sketch 2 13.00 13.45 uur - ijsjes Spellencircuit verkleedrace, boter-kaas-en-eieren, estafetterace, geef de robijn door, waterbuizen spel, pittenzak werpen, levend memory verkleedrace 2 pylonen 6 pylonen voor slalom 2 hoepels 2 bakken 2 bloemenkettingen 2 hoedjes 2 zonnebrillen 2 shirts 2 sjaals 2 jassen 2 korte broeken 2 schorten boter-kaas-en-eieren stoepkrijt (vak tekenen) 8 rode en 8 blauwe lintjes (of andere kleur) 2 pylonen estafetterace water 10 pylonen 8 hoepels 4 emmers 4 plastic bekers 4 ‘kartonnen’ bekers met gaatje (eventueel) 4 sponzen (eventueel) gooi de waterballon door telefoon/computer (spannend muziekje) muziekbox splash ball bak met gevulde waterballonnen lijst met vragen (en antwoorden) memory 4 sets memory met onze karakters (elke set andere kleur achterkant) 4 kleedjes waterbuizen spel 4 emmers/bakken waterbuizen 4 bekers Flessenvoetbal 20 flessen (gevuld met water) speciekuip water voetbal 14:45 Sketch 3 15:00 Einde / evaluatie Groepsbegeleiders brengen de honken naar binnen (Vips ondersteunen) 15:30 Spullen opruimen 17.30 BBQ Het Mozaïek Levend stratego in het bos Locatie: Bos Duur: 1 uur en 45 minuten Benodigdheden: 4 soorten kaartjes (allemaal andere kleur), 4 schatten (theedoeken?), 4 kleuren lintjes (spullen EHBO’ers, 2 personen op fiets groep 1: honk 1 t/m 4 - groep 2: honk 5 t/m 7 - groep 3: honk 8 t/m 11 - groep 4: honk 12 t/m 15 De groep wordt in 4 groepjes verdeeld (elk groepje krijgt een lintje/touw). Elk groepje is een categorie. De categorieën zijn: insecten, vogels, reptielen en zoogdieren. Elke categorie heeft een grote hoeveelheid kaarten. Op de kaarten staan vijf soorten dieren met daarbij een cijfer. Het cijfer bepaalt de ‘sterkte’ van de kaart. Hoe hoger het cijfer, hoe beter de kaart. Maar.. nummer 1 verslaat nummer 5.  Elk groepje staat in een hoek van het veld. Zij verstoppen hun schat. De schat moet nog deels zichtbaar zijn. Daarna krijgen alle kinderen een kaartje met daarop een dier (en cijfer). Zodra het startsignaal klinkt, gaan de kinderen het veld in. Zij kunnen kinderen van de andere groepjes tikken. Als zij iemand hebben getikt, vergelijken zij hun kaartje. Degene die het hoogste cijfer heeft, wint. De ander moet zijn/haar kaartje inleveren. Beide spelers gaan terug naar het startpunt. De winnaar levert het gewonnen kaartje in. De verliezer haalt een nieuw kaartje. Zij gaan daarna beiden het veld weer in. Tijdens het spel gaan zij op zoek naar de schat van het andere team. Hebben zij één van de andere schatten gevonden, dan hebben zij gewonnen.  Spellencircuit (7 spellen) Duur: 1 uur en 45 minuten (10 minuten per spel) Locatie: veld/schoolplein Verkleedrace Benodigdheden: 8 pylonen, 2 hoepels, 2 bakken, 2 bloemenkettingen, 2 hoedjes, 2 zonnebrillen, 2 shirts, 2 sjaals, 2 jassen, 2 korte broeken, 2 schorten Het parcours bestaat uit: bak met kleding, 3 pylonen (slalommen), hoepel (moeten de kinderen doorheen), 1 pylon (staat de groepsbegeleider). De groepsbegeleider staat aan het eind van de estafette en moet worden verkleed. De kinderen brengen deze kleding naar de overkant door het kledingstuk zelf aan te doen en dan het parcours af te leggen. Als zij aan de overkant zijn, trekken zij het kledingstuk uit en doen dat aan bij de groepsbegeleider. Zij lopen zelf weer terug via het parcours en als zij terug zijn, mag de volgende. Het team dat de groepsbegeleider als eerste heeft aangekleed, wint.  Flessenvoetbal Benodigdheden: flessen (20), voetbal, speciekuip De groep wordt verdeeld in twee groepen. Alle kinderen staan in een kring. Alle kinderen hebben een fles gevuld met water. Probeer de fles van de ander om te schieten. Is jouw fles omgeschoten, dan zet je jouw fles zo snel mogelijk rechtop. Het spel gaat weer verder. Is jouw fles helemaal leeg? Dan vul je de fles opnieuw.  Gooi de waterballon door en beantwoord vragen (splash ball timer) Benodigdheden; telefoon/computer (spannend muziekje) + muziekboxje, splash ball, gevulde waterballonnen, lijst met vragen  De kinderen staan in twee rijen tegenover elkaar. Er wordt een vraag gesteld. Heeft jouw team het antwoord goed, dan mag de bal door gegooid worden naar het andere team (zigzaggend). Onderwaterwereld  Welk zeedier zwemt en heeft vinnen? → vis Welk groot dier leeft in zee? → walvis Welk slim dier springt uit het water? → dolfijn Welk zeedier heeft scherpe tanden? → haai Welk dier heeft 8 armen? → octopus Welk dier heeft scharen? → krab Wat voor dier is patrick van spongebob→ zeester Welke kleur heeft de zee? → blauw Welk dier is doorzichtig en kan prikken? → kwal Wat zit er op een vis → schubben in welke vrucht woont spongebob → Ananas  Welk dier zwemt er rond met zijn huis→ schildpad Wat gebruikt een vis om te zwemmen? → vinnen Welk dier is rood en lijkt op een grote garnaal? → kreeft Is zeewater zoet of zout? → zout Welk dier zingt soms onder water? → walvis Welk dier legt zijn eieren in het water? → vis Waar is het donker: diep of ondiep? → diep Welk zeedier leeft ook in scholen? → vis Wat beweegt met armen in zee? → octopus   Jungle Welk dier slingert in bomen? → aap Welk groot dier heeft een slurf? → olifant Welk jungle dier heeft strepen? → tijger Wat groeit overal in de jungle? → bomen Welk dier zegt “ssss”? → slang Welk dier kan praten en vliegen? → papegaai Welk dier is langzaam en hangt graag aan een tak? → luiaard Is het warm of koud in de jungle? → warm Welk dier heeft een lange nek? → giraf Welk dier heeft een grote bek en ligt in water? → krokodil Wat valt vaak uit de lucht in de jungle? → regen Welk dier springt en zegt “kwaak”? → kikker Welke kleur hebben bladeren? → groen Welk dier is een zwarte grote kat? → panter Waar klimmen apen het liefst→ bomen Welk dier brult hard? → leeuw Waar wonen veel dieren: jungle of stad? → jungle Wat eet een aap vaak? → banaan Welk dier heeft geen poten en kruipt? → slang Welk dier heeft een lange staart en klimt? → aap   Woestijn Wat ligt overal op de grond? → zand Welk dier heeft bulten? → kameel Is het heet of koud overdag? → heet Welke plant heeft stekels? → cactus Welk dier kan steken met zijn staart? → schorpioen Is er veel of weinig water? → weinig Welke kleur heeft zand? → geel Welk klein dier kruipt snel over zand? → hagedis Zie je soms echt water of nep water? → nep water Is het ’s nachts warm of koud? → koud Wat heeft een kameel voor zijn ogen tegen zand? → wimpers Wat doet de zon daar? → schijnt Zijn er veel of weinig bomen? → weinig Wat neem je mee tegen dorst? → water Hoe heet een plek met water? → oase Welk dier glijdt over het zand? → slang Wat draag je tegen de zon? → pet Wat zit er in een cactus? → water Waar is veel zon: woestijn of sneeuw? → woestijn Wat raak je snel kwijt daar? → de weg Ruimte / Droomwereld  Hoe heet onze planeet? → aarde Wat geeft licht en warmte overdag? → zon Wat zie je ’s nachts in de lucht? → maan Wie vliegt in een raket? → astronaut Wat draait om de aarde? → maan Hoe heet een voertuig naar de ruimte? → raket Wat zie je als kleine lichtjes in de lucht? → sterren Zweef je of val je in de ruimte? → zweef Wat draagt een astronaut? → ruimtepak Welke planeet is rood? → Mars Wat kun je in een droom: vliegen of niet? → vliegen Waar zweef je: ruimte of jungle? → ruimte Welke kleur heeft de lucht overdag? → blauw Hoe heet iemand van een andere planeet? → alien Wat is rond en heet in de lucht? → zon Zie je in dromen echte of gekke dingen? → gekke dingen Wat doet de aarde: draaien of stilstaan? → draaien Wat is ver weg: sterren of bomen? → sterren Waar landt een raket? → aarde Wat kan allemaal in een droom? → alles Waterbuizen Benodigdheden: 4 bakken/emmers (2 gevuld met water), waterbuizen, 4 bekers Het spel wordt twee keer uitgezet. Op de berg staan 2 emmers met water, onder aan de berg staan 2 lege emmers. De kinderen maken met de waterbuizen een constructie, zodat het water van boven naar beneden kan lopen (in de lege emmer). Om de beurt mogen de kinderen drie bekertjes water leeggooien in de buizenconstructie. Daarna wisselen zij door. Het team dat de emmer als eerste leeg heeft, wint het spel.  Estafetterace met water Benodigdheden; 10 pylonen, 8 hoepels, 4 emmers (waarvan 2 gevuld met water), 4 bekers, 4 sponzen Het parcours wordt twee keer uitgezet en ziet er als volgt uit: pylon + emmer water (startpunt), 3 pylonen (slalom), hoepel (doorheen), 3 hoepels (springen), pylon + lege emmer (eindpunt). De kinderen staan in een rij achter de start pylon. De eerste persoon vult een beker met water. Als het startsein wordt gegeven, mogen de eerste kinderen van beide teams vertrekken. Zij leggen het parcours af en gooien hun beker, aan het eind van het parcours, leeg in de emmer. Zij rennen zo snel mogelijk terug. De volgende persoon heeft inmiddels de beker al gevuld. Als de ander terug is, mag de volgende vertrekken. Wie heeft de emmer water als eerste leeg?  Variaties In plaats van een beker kan ook een spons worden gebruikt.  In plaats van een plastic beker kan ook een bekertje met een gaatje erin worden gebruikt. Memory Benodigdheden: 4 setjes memory van onze karakters, 4 kleedjes De groep wordt in 4 groepjes verdeeld. De kinderen spelen 2 tegen 2 het spel. Memorykaartjes liggen op een kleedje.  Levensecht boter-kaas-en-eieren Benodigdheden: 2 pylonen, 9 hoepels (of vak van stoepkrijt), lintjes (afzetlint) Er zijn twee teams. Elk team gaat bij 1 van de 2 pylonen staan, het ene team krijgt lintjes en het andere team geen lintjes. Om de beurt mag er een kind van beide teams in een van de hoepels gaan staan. Als een teamlid in een hoepel/ vak staat, mag het volgende teamlid rennen. Het team dat als eerste 3 kinderen op een rij heeft staan, wint.  Variaties : een lintje in het vak laten leggen i.p.v. er zelf in gaan staan. het speelveld groter maken (niet 9 vakken, maar bijvoorbeeld 12 vakken) Het spel kan eventueel ook 2x uitgezet worden, zodat iedereen mee kan doen. Dan moet het spel wel met voorwerpen gespeeld worden.