Dinsdag
Programma
-
09.00 uur: Allen verzamelen op het Rond voor de gezamenlijke
opening.opening -
10.00 uur: Inloopkwartier op het Mozaïek
-
10.30 uur: Start
programma.programma,Oudersouders uitzwaaien en neuzentellen.tellen -
10.30 uur: Sketch
-1 -
10.40 uur: Het kennismakingsspel
-
10:50 uur: Sketch
-2 -
11:00 uur:
RobijnenChaoschaosbordspelspel(tussendoor zelf pauzemoment plannen) -
12:30 uur: Lunch - boterhammen
-
13:00 uur: Sketch
-3 -
13:15 uur: Spel/crea
-
14:15 uur: Sketch
-4 -
14:30 uur: Einde, kinderen worden
opgehaald.opgehaald
Kennismaking spelKennismakingsspel
Locatie: Bijbij je honk
Dit spel is ervoor bedoeld dat de kinderen en de groepsbegeleiders elkaar leren kennen van naam.
Alle kinderen gaan in een kring zitten.staan. DoorEén eenkind namenrondje te doen, waarbij iedereen vertelt hoe hij/zij heet, weten de spelers van elkaar hoe ze heetten.
Een van de spelers begint het namenspel door zichzelf te introduceren, hij/zij noemt daarbijzegt zijn/haar naam,naam inen ditdoet geval:daar "Ikeen benbeweging Kees".bij. De speleranderen linkszeggen van‘Dat hemis neemt…. (naam kind)’ en doen de beurtbeweging overna. Dit herhaalt zich totdat iedereen zijn/haar naam heeft gezegd en zegt:de "Ikbeweging benheeft Pietergedaan. en naast mij zit Kees". De speler links van hem gaat verder en zegt "Ik ben Mees en naast mij zitten Pieter en Kees".
Variatie:Variatie: Lievelingsdier
Als alle kinderen geweest zijn, kan je de kinderenregels alleaanpassen. namenEen inkind hunwijst groepje al kennen, kan ernaar een variatieander wordenkind, gespeeldroept metzijn lievelingsdieren.of Dehaar eerste speler zegt: “Ik ben Keesnaam, en mijn lievelingsdier is een olifant.” De speler links van hem neemtherhaalt de beurtbeweging overdie endat zegt:betreffende “Ikkind beneerder Pieter en mijn lievelingsdier is een kat. Naast mij zit Kees en zijn lievelingsdier is een olifant” etc.maakte.
HetChaos Robijnenbordspel
Locatie: op en rond het schoolplein/grasveld
Rond de locatie hangen kaarten met opdrachten. IedereAlle groepjes zetten hun pion op ‘start’. Zij gooien met de dobbelsteen en verplaatsen hun pion. Het vak waar zij opkomen, is de opdracht moetdie voorzij moeten uitvoeren. Zij zoeken de bijbehorende opdrachtkaart, oefenen de opdracht en laten deze aan de jury opzien. Daarna gaan zij terug naar het schoolpleinspelbord wordenen uitgevoerddobbelen (de groepjes kunnen de opdracht eerst oefenen).opnieuw. Als de opdracht goed is uitgevoerd, krijgen de kinderen een kaartje met daarop een coördinaat. Na afloop kunnen alle coördinaten worden afgestreeptzij op een kaartgetal vankomen dat zij al hebben gehad, mogen zij het schoolplein.eerstvolgende Erof blijfthet danvorige eenvak coördinaatpakken. leeg,
Er zijn drievier jury’s. Deze zitten verspreid over het veld. Elke jury bestaat uit twee of drie juryleden. De groepjes zijn over de jury’s verdeeld: jury 1 (groepje 1 t/m 6)4), jury 2 (groepje 75 t/m 11) en8), jury 3 (groepje 129 t/m 16)12) en jury 4 (groepje 13 t/m 15).
Spel (30 min) en Crea (30 min)
Fossiel
Pion maken - 30 minuten
Locatie: tussen de honken
De kinderen krijgen een stuk klei.klei Zijen maken daar een zelfbedachte pion van. Deze pion kunnen van dit stuk een platte vorm maken (rondje, rechthoek, vierkant). Vervolgens gaan zij inversieren ditmet stukallerlei kleimaterialen. een
Extra maken.- ZijGroepspion kunnenversieren
Locatie: in de klei duwen (en er weer uit halen), zodat er afdrukken ontstaan. Als het fossiel klaar is, dan leggen zij het op een A3-vel om te drogen. De groepsbegeleider zet de namen van de kinderen bij de fossielen neer of schrijft de namen onderop. Als de fossielen droog zijn, kan er een etiket met naam op geplakt worden.gymzaal
Extra - Robijn knutselen
De kinderen versieren de robijngroepspion met stiften/potloden/stempels.verf/figuurtjes/stickers. AlsDit kan in de robijngymzaal. isLet versierd,op: daner knippenmoet zijaltijd een groepsbegeleider of VIP bij aanwezig zijn.
Levend kwartet in de robijnjungle uit.- Zij30 zettenminuten
Locatie: robijnop inhet elkaar.grote grasveld
Iemand-is-hem-niemand-is-hem
De deelnemers gaan verspreid overOp het speelveldveld klaarliggen staan,8 dehoepels. spelleiderIn gooitelke dehoepel bal(len)liggen in4 deverschillende groep.voorwerpen. AlsElk iemandgroepje deprobeert baleen oppakt,kwartet magte hijkrijgen ofvan 4 dezelfde voorwerpen. Dit doen zij proberendoor een voorwerp uit een andere speler ermee afhoepel te gooien.pakken. Als zij een spelervoorwerp afgegooidin is,hun gaathand hijhebben ofdan kunnen zij aan de kant staan. Als er een bepaald aantal spelers (bijvoorbeeld 4) af zijn, mag de eerste weer meedoen met het spel.
Spelregels
Je mag niet lopen met de balJe mag geen slingerworpen doen met de balAls een speler is afgegooid, dan gaat hij het veld uit.Als de bal eerst de grond raakt en dan een speler is deze speler niet af.De bal mag niet op het hoofd gegooid worden. Als een speler wordt geraakt op zijn hoofd is hij niet af.Als de bal uit het veld wordt gegooid gaat een van de spelers hem halen. Die speler gaat aan de zijkant van het veld staan en gooit de bal het veld in. Het spel gaat nu weer gewoon verder.Je bent niet af als je de bal vangt.
3 is teveel
De spelers gaan in een kring staan, ze vormen tweetallen, de ene speler achter de andere. Een kind is de tikker en een ander is de loper. Het doel van de tikker is om de loper te tikken, wanneer dit gebeurt worden de rollen omgedraaid en is de huidige loper de tikker.
Als de loper moe is, kan hij of zij voor een tweetal gaan staan. De achterste persoon van dat tweetal is dan de nieuwe loper geworden, want "drie is te veel".
Het spel blijft zo doorgaan totdat de spelleider bepaald dat het afgelopen is.
Variaties:
groepje.Het spel kan gevarieerdgetikt worden door dekinderenpolitiebijvoorbeeld(herkenbaarindoortweetalleneenoplintje).deAlsgrondzijtegetiktlatenworden,zitten,danwaardoormoeten zij hetlastigervoorwerpwordtinleverenomenplotselingterugopnaartehunstaan.eigen Daar - mogen
Dezijloperopnieuwkanbeginnen.ookHetachtergroepje dat als eerste kwartet heeft, wint hettweetal staan, dan moet de voorste rennen.spel.

