Woensdag
Programma
-
09.45 uur: Inloopkwartier op het Mozaïek
-
10:00 uur: Start programma, ouders uitzwaaien en neuzen tellen
-
10:00 uur: Sketch 1
-
10:15 uur: Levend stratego (in het bos)
-
12:00 uur: Lunch- boterhammen
-
12.45 uur: Sketch 2
-
13.00 uur: Spellencircuit
-
14.45 uur: Sketch 3
-
15.00 uur: Einde, kinderen worden opgehaald
Levend stratego in het bos
Locatie: bos
De groep wordt in 4 groepjes verdeeld (elk groepje krijgt een lintje/touw). Elk groepje is een categorie. De categorieën zijn: insecten, vogels, reptielen en zoogdieren. Elke categorie heeft een grote hoeveelheid kaarten. Op de kaarten staan vijf soorten dieren met daarbij een cijfer. Het cijfer bepaalt de ‘sterkte’ van de kaart. Hoe hoger het cijfer, hoe beter de kaart. Maar.. nummer 1 verslaat nummer 5.
Elk groepje staat in een hoek van het veld. Zij verstoppen hun schat. De schat moet nog deels zichtbaar zijn. Daarna krijgen alle kinderen een kaartje met daarop een dier (en cijfer). Zodra het startsignaal klinkt, gaan de kinderen het veld in. Zij kunnen kinderen van de andere groepjes tikken. Als zij iemand hebben getikt, vergelijken zij hun kaartje. Degene die het hoogste cijfer heeft, wint. De ander moet zijn/haar kaartje inleveren. Beide spelers gaan terug naar het startpunt. De winnaar levert het gewonnen kaartje in. De verliezer haalt een nieuw kaartje. Zij gaan daarna beiden het veld weer in. Tijdens het spel gaan zij op zoek naar de schat van het andere team. Hebben zij één van de andere schatten gevonden, dan hebben zij gewonnen.
Groep 1: honk 1 t/m 4
Groep 2: honk 5 t/m 7
Groep 3: honk 8 t/m 11
Groep 4: honk 12 t/m 15
Spellencircuit
De spellen van het spellencircuit duren 12 minuten. Daarna is er 3 minuten doorwisseltijd voor het volgende spel. Hieronder staat een kaart met de plekken van de spellen, het roulatieschema en de speluitleg.
-
Verkleedrace
Het parcours bestaat uit: bak met kleding, 3 pylonen (slalommen), hoepel (moeten de kinderen doorheen), 1 pylon (staat de groepsbegeleider).
De groepsbegeleider staat aan het eind van de estafette en moet worden verkleed. De kinderen brengen deze kleding naar de overkant door het kledingstuk zelf aan te doen en dan het parcours af te leggen. Als zij aan de overkant zijn, trekken zij het kledingstuk uit en doen dat aan bij de groepsbegeleider. Zij lopen zelf weer terug via het parcours en als zij terug zijn, mag de volgende.
Het team dat de groepsbegeleider als eerste heeft aangekleed, wint.
-
Flessenvoetbal
De groep wordt verdeeld in twee groepen. Alle kinderen staan in een kring. Alle kinderen hebben een fles gevuld met water. Probeer de fles van de ander om te schieten. Is jouw fles omgeschoten, dan zet je jouw fles zo snel mogelijk rechtop. Het spel gaat weer verder. Is jouw fles helemaal leeg? Dan vul je de fles opnieuw.
-
Gooi de waterballon door en beantwoord vragen
De kinderen staan in twee rijen tegenover elkaar. Er wordt een vraag gesteld. Heeft jouw team het antwoord goed, dan mag de bal door gegooid worden naar het andere team (zigzaggend).
-
Waterbuizen
Het spel wordt twee keer uitgezet. Op de berg staan 2 emmers met water, onder aan de berg staan 2 lege emmers. De kinderen maken met de waterbuizen een constructie, zodat het water van boven naar beneden kan lopen (in de lege emmer). Om de beurt mogen de kinderen drie bekertjes water leeggooien in de buizenconstructie. Daarna wisselen zij door. Het team dat de emmer als eerste leeg heeft, wint het spel.
-
Estafetterace met water
Het parcours wordt twee keer uitgezet en ziet er als volgt uit: pylon + emmer water (startpunt), 3 pylonen (slalom), hoepel (doorheen), 3 hoepels (springen), pylon + lege emmer (eindpunt).
De kinderen staan in een rij achter de start pylon. De eerste persoon vult een beker met water. Als het startsein wordt gegeven, mogen de eerste kinderen van beide teams vertrekken. Zij leggen het parcours af en gooien hun beker, aan het eind van het parcours, leeg in de emmer. Zij rennen zo snel mogelijk terug. De volgende persoon heeft inmiddels de beker al gevuld. Als de ander terug is, mag de volgende vertrekken. Wie heeft de emmer water als eerste leeg?
Variaties
-
In plaats van een beker kan ook een spons worden gebruikt.
-
In plaats van een plastic beker kan ook een bekertje met een gaatje erin worden gebruikt.
-
Memory
De groep wordt in 4 groepjes verdeeld. De kinderen spelen 2 tegen 2 het spel. Memorykaartjes liggen op een kleedje.
-
Levensecht boter-kaas-en-eieren
Er zijn twee teams. Elk team gaat bij 1 van de 2 pylonen staan, het ene team krijgt lintjes en het andere team geen lintjes. Om de beurt mag er een kind van beide teams in een van de hoepels gaan staan. Als een teamlid in een hoepel/ vak staat, mag het volgende teamlid rennen. Het team dat als eerste 3 kinderen op een rij heeft staan, wint.
Variaties:
-
een lintje in het vak laten leggen i.p.v. er zelf in gaan staan.
-
het speelveld groter maken (niet 9 vakken, maar bijvoorbeeld 12 vakken)
-
Het spel kan eventueel ook 2x uitgezet worden, zodat iedereen mee kan doen. Dan moet het spel wel met voorwerpen gespeeld worden.


